 |
Stadstaten - Griekse beschaving

Hellas, de Griekse wereld, groeide uit een
groep stadsstaatjes. Daar bloeide een cultuur, die bepalend
zou worden voor de westerse wereld.
Het waren Oost-Europeanen, die zich in 1100 voor onze
jaartelling één van de mooiste landen ter wereld vestigden.
Zij gingen de geschiedenis in als de Doriërs. Deze migranten
uit de Balkan kenden het ijzer al en waren dankzij hun
wapens snel de meerderen van de Mykeners, die nog in de
Bronstijd leefden.
De Doriërs zouden hun strijdlust overdragen aan de
Spartanen, terwijl in Athene kunst en democratie bloeiden.
Ook Thebe en Corinthië zouden een belangrijke rol spelen tot
Macedonië en Alexander de Grote de macht naar zich trokken.
De vier eeuwen, die volgden op de ineenstorting van de
Mykeense beschaving, waren de duistere middeleeuwen van
Griekenland. Vluchtelingen uit de overweldigde Mykeense
woonkernen verzamelden zich in steden, die stand hielden
tegen de Dorische indringers, maar - mede ingevolge de
bevolkingstoename -zochten velen hun heil op de Egeïsche
eilanden en langs de westkust van Klein-Azië, het huidige
Turkije. Zij bewaarden de Griekse leefwijze en vertelden
elkaar de Mykeense heldenverhalen. Van die Grieken van
Klein-Azië zou later de geschiedschrijver Herodotos
afstammen.
Met de hernieuwde heropleving van de Griekse steden,
omstreeks 800 v.Chr., begon zich een Griekse samenleving te
ontwikkelen die - na het rijk van Alexander de Grote - onder
de noemer "Hellas" zou gekend blijven. Het aanvankelijke
Hellas was een landstreek in Thessalië.
Zowel de Doriërs als de loniërs beschouwden zich Helllenen,
terwijl ze voor de Romeinen de "Graeci", of Grieken zouden
worden.
Voor de Hellenen waren de Niet-Hellenen gewoon Barbaren. Dat
Helleens eenheidsgevoel belette niet dat Doriërs en loniërs
een bloedige reeks kampen en oorlogen zouden leveren. De
Barbaren waren in de ogen van de autochtone Hellenen ook
teveel gekleed. Hellenen beoefende bv. de sport naakt.
Hout en stenen van in de zon gedroogde leem vormden de
bouwmaterialen en de woningen en gebouwen werden in een
gemakkelijk te verdedigen zone opgetrokken, die omheen het
hoogste punt lag, waar de Acropolis ("hoogste punt van de
stad") werd neergepoot.
De Acropolis was de citadel waarin iedereen zich in tijd van
oorlog kon terugtrekken om gezamenlijk de stad te
verdedigen.
De gewone huizen werden in kubusvorm gebouwd en werden in
felle kleuren beschilderd. Omstreeks 700 v.Chr. gingen de
pottenbakkers ook hun vazen beschilderen met schepen,
krijgslieden, leeuwen, jachthonden, huiselijke taferelen of
veldslagen. De beeldhouwers muntten uit door hun kennis van
het menselijk lichaam. Uit die periode stamt de 'archaïsche
glimlach', de ietwat opgekrulde lippenstand. Ook de beelden
werden soms beschilderd.
Boeren bebouwden de vruchtbare valleien en de kustvlakten.
Zij leefden van een dieet van brood, olijven, wijn en
groente. Vlees was een luxe en geiten leverden de melk.
Langs de lange, maar grillige kustlijn liep wat Homeros
noemde "de van vis vergeven zee".De olijfboom was gewijd aan
de godin Athena en was voor de Grieken van levensbelang.
Niet alleen als voedselbron, maar tevens als producent van
brandhout.
 |
 |