 |
Minoërs - Griekse beschaving

De beschaving van de Minoërs ontwikkelde zich
tijdens de Bronstijd op het langgerekte eiland Kriti - het
huidige
Kreta.
Samen met de Cycladische en de Mykeense beschavingen zou zij
één van de drie belangrijkste culturen in de Egeïsche
beschaving gaan vormen. De Minoïsche beschaving bereikte
haar bloeiperiode tijdens het tweede millennium voor onze
jaartelling.
De Minoërs vormden een vreedzaam volk van handelaren. Kreta
geraakte oorspronkelijk bevolkt uit het oosten, vermoedelijk
vanuit Anatolia in Klein-Azië of van de zuidoostelijke
oevers van de Middellandse Zee.
Deze eerste kolonisten bezaten primitieve zeilboten waarmee
zij een macht op de zee vestigden en de grondslag legden van
hun beschaving.
Zij haalden zelfs tin uit Spanje en kochten goud en parels
in het 660 km verder gelegen
Egypte. Van Noordafrikaanse volkeren
namen zij ivoor af.
De olijfboom kwam dankzij hen op Kreta terecht. Die hadden
ze vanuit de oostelijke kusten meegebracht. Zelf
exporteerden zij kralen en juwelen en marmeren vazen. Dat
gouden tijdperk zou bijna zes eeuwen duren. In dit land
moeten honderdduizenden mensen hebben gewoond. Hun hoofdstad
Knossos, die toen één van de grootste in Europa was, werd
helaas op één van de aardbreuken gebouwd. De belangrijkste
centra op Kreta - zowat honderd kilometer van de
Peleponnesos verwijderd - werden Knossos, Phaestos en Mallia.
Over de Minoïsche beschaving is weinig bekend tot de Britse
archeoloog Sir Arthur Evans het
Paleis van Knossos blootlegde. Hij gaf
de beschaving haar naam op grond van de legendarische
Kretenzerkoning Minos. Stad en paleis werden vermoedelijk
zwaar getroffen door een aardbeving omstreeks 1700 v.Chr.
De stier als symbool en spel
Na deze ramp ontwikkelde zich een nieuwe beschaving en
dynastie.
Het paleis werd heropgebouwd en vergroot tot drie of vier
verdiepingen en kreeg een weelderige troonzaal. Het gebouw,
dat uiteindelijk 2,5 hectaren zou bestrijken, bevatte onder
meer schilderingen over het stierspringen of stierdansen
door jonge vrouwen of kerels - waarbij de stier nooit werd
gedood.
Muurschilderingen van deze sport werden zelfs gevonden in
Tell-el-Daba in de Nijldelta. Deze veelbeoefende sport heeft
vermoedelijk geleid tot de mythe van de Minotaurus, het
monster met stierenkop en mensenromp. De stier was het
symbool van de mannelijke potentie, maar kan ook de
verschrikkelijke kracht van de aardbevingen hebben
voorgesteld, die de eilandbewoners zo goed kenden..
Andere schilderingen vertelden over dieren en bloemen, jonge
vrouwen en kinderen. Zij zijn een herinnering aan een
beschaving die nauwelijks oorlog moet gekend hebben. In de
heiligdommen werd de moedergodin vereerd, die waarschijnlijk
Rhea was, maar vermoedelijk werden de meeste religieuze
plechtigheden in de heilige grotten gehouden. Rhea, die soms
zwaait met twee slangen, werd ook afgebeeld met zaadhulzen
van de papaverbloem.
Opium speelde tijdens de diensten dus meer dan
waarschijnlijk een belangrijke rol. Rhea werd afgebeeld,
zoals de hofdames, met een lange geplooide rok en een
ontblote boezem. Vrouwen stonden in hoog aanzien in deze
Kretenzische samenleving en waren de gelijke van de man. In
tegenstelling tot vele andere volkeren uit die periode
brachten de Minoërs nooit mensenoffers.
Hun buren waren de farao's
De Britse archeoloog Sir Arthur Evans kwam tevens tot de
bevinding dat de Minoërs ook al verstand hadden van maten en
gewichten.
Zij bezaten ook een primitief schrift en uit gevonden
kleitabletten wordt afgeleid dat zij zelfs een soort
drukkunst kenden. De Minoërs gebruikten ook het beeldschrift
(de
hiërogliefen) van de Egyptenaren. Het
dialect van Knossos zou mee de basis van de Griekse taal
hebben gevormd.
De koningen die elkaar in Knossos opvolgden bereikten hun
grootste macht omstreeks 1600 v.Chr. toen zij het gehele
Egeïsche gebied controleerden en ook intensieve
handelsbetrekkingen kenden met het Egypte van de
farao's.
Aan de bloei van de Minoïsche cultuur kwam een bruusk einde.
Omstreeks die periode had er in de Egeïsche Zee een enorme
aardbeving plaats, die onder meer Thera (ook Thira genoemd)
in 1625 v.Chr. volledig verwoestte. Thera heet nu
Santorini. Op dit eiland werden
fresco's aangetroffen waaruit blijkt dat Thera deel
uitmaakte van het imperium van de Minoërs. Kreta lag op 125
km ten zuiden hiervan. De schok zorgde ook voor een enorme
tsunami (vloedgolf). Werd die dag Atlantis vernietigd, het
koninkrijk dat Plato beschreef?
 |
 |