 |
Mykeners -
Mycene -
Griekse beschaving

Mykene bevond zich in de vlakte van Argolis
op het Griekse vasteland. Dit volk zou hier omstreeks 2000
voor onze jaartelling verzeild zijn.
De ruïnes van deze Bronstijdbeschaving liggen nu bij het
stadje Mikinai.
De Mykeners bevolkten ook Tiryns en Pylos (nu Pilos). In de
Illias en de Odyssee worden ze door Homeros beschreven als
de "Egeeërs". Na het abrupte einde van de Minoïsche
beschaving op Kreta werd Mykene alleszins het centrum van de
Egeïsche wereld.
Omstreeks 1200 behoorden zij - onder leiding van koning
Agamemnon van de Atreus stam - tot de belangrijkste en de
meest actieve deelnemers aan de Trojaanse Oorlog met
Agamemnon (Mykene), Nestor (Pylos) en Pythtia (Achilles).
Die oorlogsijver had een wellicht vrij ongekende reden.
Hun macht taande toen zeerovers opdoken die hun handelswegen
afsneden en Troje, vlakbij de Dardanellen, beheerste ook de
toegang tot de Zwarte Zee.
Volgens Homeros leverden de Mykeners echter krijgers
terwille van de ontvoering van de mooie Helena (de
echtgenote van koning Menelaos van Sparta) en de schone ogen
van Paris,
De eerste Mykeners, die omstreeks 1900 voor onze jaartelling
uit de Balkan afzakten, gebruikten nog stenen gereedschap.
Zij waren landbouwers, die nieuwe gronden zochten.
Vermoedelijk door de Minoërs leerden zij brons gebruiken.
Mykene huldigde Zeus, god van de bliksem.
Het was een krijgslustig volkje dat geen kaas had gegeten
van een Minoïsche beschaving waarin man en vrouw gelijk
waren en samen een fijnzinnige culturele uitstraling
genoten.
Een groot verschil bestond er tevens tussen de onderlinge
woonkernen.
De Minoërs waren machtig op zee. Hun steden bezaten geen
stadsmuren. Die van de Mykeners waren versterkte burchten.
Toen de Minoïsche beschaving - ingevolge welke reden dan ook
"door de geschiedenis werd verzwolgen" - aarzelden de
Mykeners geen seconde.
Zij namen alle nederzettingen en handelsposten over. De
koningen van Mykene leefden in de overvloed en in veel
luister. In hun paleizen bevatte het centrum een grote hal
met een haard en een rookgat.
De badkamer lag vlakbij, net als de voorraadkamers. Mykeners
waren vechters en jagers en dronken uit gouden bokalen.
Een andere opvatting is dat volkeren op de Dardanellen hun
graanroute hadden afgesneden en dat zij die opnieuw wilden
vrijmaken.
Odysseus, Achilles, Nestor en Agamemnon werden vier eeuwen
later helden in Homeros zijn verhaal: zestienduizend verzen
die een tienjarige oorlog verhalen.
En daarna volgden nog de elfduizend verzen, de belevenissen
van Odysseus, die andere oud-strijder uit Troje die zijn
geliefde echtgenote in Ithaka poogt terug te vinden.
Op den duur zouden weinigen Homeros geloven.
Tot Schliemann Troje effectief ontdekte.
De heerschappij van Mykene eindigde met de komst van de
Doriërs, die uit het noorden kwamen afgezakt. Voor hen was
de Bronstijd voorbij. Zij bezaten ijzeren wapens.
Nog eenmaal werd ze herbouwd, maar in 468 voor onze
jaartelling werd ze verwoest door de bewoners van Argos en
sindsdien bleef zij - ondanks de trotse
De Oostduitser Heinrich Schliemann verrichtte hier nog
opzoekingen in zijn jacht naar de schat van Troje. Hij vond
er letterlijk gouden schatten en onder meer sieraden, die
duidelijk een Minoïsche invloed vertoonden.
De schat van Koning Priamos zou hij later vinden.
De Doriërs overspoelden de oude Griekse nederzettingen dank
zij het wapengekletter.
De Dorische inval leidde ook tot de eerste grote
migratiestroom naar Klein-Azië.
 |
 |