|
Julius Caesar -
Griekse beschaving

Toen handelsconcurrent Athene alsmaar sterker
werd, kozen de Corinthiërs de zijde van Sparta in de Oorlog
van de Peleponnesos (431-404 v.Chr.).
Na de val van Athene kozen zij dan weer de zijde van deze
stad en samen bevochten zij Sparta tijdens de Corinthische
Oorlog die duurde van 395 tot 386 v.Chr..
In 338 werd het gebied bezet door de Macedoniërs van
Philippus, de vader van Alexander de Grote.
In 224 sloot de stad aan bij de Egeïsche Liga waarvan zij
snel één van de belangrijkste leden werd. De liga werd in
146 echter opgeslorpt door de Romeinen, die Corinthië
vernietigden.
In 44 besloot Julius Caesar
de stad te herbouwen. Zij beleefde een snelle bloei en werd
de hoofdstad van de provincie Achaea.
In 395 n.Chr.beleefde de stad de allesverwoestende passage
van de Goten. Een aardbeving zou de stad met de grond
gelijkmaken in 521.
Nadien volgden de bezetters elkaar op, van de Ottomanen, de
Venetianen en opnieuw de Turken.
Corinthië werd tijdens de Griekse opstand tegen het
Ottomaanse Rijk mede onafhankelijk in
1822.
In 1858 werd de stad andermaal door een zware aardbeving
getroffen.
 |