 |
Filosofen -
Griekse beschaving

Socrates was de eerste van de drie
invloedrijkste filosofen uit de Griekse oudheid. Hij was de
eerste die het handelen van de mens centraal stelde in zijn
wereldbeschouwing vanuit de vraag: hoe moeten wij zo
verantwoord mogelijk leven?
De leuze Ken u zelf, leek zijn leidmotief bij de benadering
van kennis over de werkelijkheid. Hoe kan iemand iets
kennen, als hij zichzelf niet kent? Wie kent er dan? En wat
is de waarde van zulke ongegronde kennis?
Van Socrates zijn helemaal geen geschriften bewaard. Voor
een beeld van zijn werk moet men afgaan op wat anderen over
hem gezegd hebben, zoals Plato in dialogen, en in
geschriften van Xenophon.
Socrates bracht veel van zijn kennis en ideeën over door te
praten. Hij werd altijd omringd door een groep luisteraars.
Socrates gebruikte daarvoor de ‘socratische methode’: de
manier om tot ware kennis over de ideeënwereld te komen (die
Socrates in de dialogen van Plato gebruikt).
Socrates heeft uiteindelijk de doodstraf gekregen, omdat hij
beschuldigd werd van het introduceren van nieuwe goden en
het misleiden van de jeugd. Socrates koos voor een langzame
dood (door het drinken van een beker gif) zodat hij nog
enige tijd zijn ideeën aan zijn luisteraars kenbaar kon
maken.
Plato was eigenlijk
een dichter. Op een dag liep hij met enkele rollen eigen
werk onder de arm naar de plaats waar hij hiermee kon
meedingen aan een wedstrijd voor de beste poëzie. Toen hij
over de agora liep, hoorde hij de stem van een man die zijn
aandacht trok. Hij ging op een groepje toehoorders rond die
man af en ontmoette Socrates. Geboeid bleef hij daar een
hele tijd staan luisteren, tot het te laat was om zijn werk
nog op het bureau af te geven. Dit voorval gooide zijn hele
leven om en hij begon de weg van Socrates te volgen en te
bestuderen.
Plato borduurde voort op de socratische dialectische methode
waarmee Socrates de defenities van anderen toetste.
Plato onderscheidt zich van andere vroegere filosofen
doordat hij dialogen heeft beschreven, waarin personen met
elkaar van gedachten wisselen over een concrete situatie.
Hij deed dit om zijn inzichten te verspreiden over een groot
publiek.
In zijn zoektocht naar wat ‘Ware Kennis’ was deed Plato zijn
belangrijkste ontdekking, namelijk dat kennis enkel over
algemene en abstracte dingen gaat die we weliswaar in
concrete zaken terugvinden. Waarnemingen zijn volgens Plato
relatief: ik kan een koekje lekker vinden, terwijl het voor
iemand anders oneetbaar is. Deze lijn is verder te trekken
naar hogere materie zoals bijv: of iets goed is of niet
volgens mij.
Waarnemingen leiden dus alleen tot meningen, die overigens
ware meningen kunnen zijn, maar het blijven meningen.
Kennis kan dus niet in de wereld van concrete zaken (in onze
wereld dus) liggen. Om dit op te lossen creëerde Plato een
ideeënwereld war alle ideeën, los van alles wat concreet is,
zich bevinden. De kloof die zich tussen deze twee werelden
bevindt, is onoverbrugbaar.
Aristoteles was een leerling van Plato. Op
zeventienjarige leeftijd vertrok Plato van zijn
geboorteplaats naar Athene, en werd hij opgenomen in Plato’s
academie, die hij pas twintig jaar later, na Plato’s dood,
weer verliet.
Aristoteles was de eerst homo universalis, de eerste mens
die al zijn faculteiten en vaardigheden ontwikkelt. Hij
beheerste de totaliteit van de toen bekende wetenschappen
(filosofie, psychologie, politieke en sociale wetenschappen,
wiskunde- en natuurwetenschappen, taal- en letterkunde, enz.
Aristoteles werkte dit systematisch en methodisch tot een in
zichzelf gesloten systeem uit. Aristoteles kan worden
beschouwd als een systeemfilosoof.
Volgens Aristoteles is het meest algemene kenmerk van alle
dingen het zijn, maar dat kan veel uiteenlopende
betekenissen aannemen.
 |
 |