 |
Filippicas van Demosthenes -
Griekse beschaving

De Atheense redenaar Demosthenes
Hij waarschuwde zijn stadsgenoten Philippus
niet te volgen in zijn ambities. Athene luisterde en trok in
338 tegen de Macedoniër ten strijde.
Het stadsleger werd bij Chaeronea in de pan gehakt, vooral
door toedoen van de zeventienjarige Alexander, die een
cavaleriecharge aanvoerde.
De 'Filippica's' van Demosthenes zouden echter de
geschiedenis overleven.
Toen Philippus klaar stond voor de grote oversteek naar
Klein-Azië viel hij onder een moordenaarshand.
Alexander zei echter: "Niets is veranderd, tenzij de naam
van de Koning". En hij verwezenlijkte de levensdroom en de
ambities van zijn vader. In elf jaar tijd zou hij een
wereldrijk uitbouwen. Hij was amper 32 toen hij door malaria
geveld werd.
Om de droom van zijn vader uit te werken, moest hij eerst
wel enkele "maatregelen" treffen. Toen zijn vader stierf
kreeg hij af te rekenen met binnenlandse opstanden.
Tegenstanders en samenzweerders werden vermoord en amper een
zomer later werd hij in Corinthië uitgeroepen tot hoofd van
de Griekse strijdkrachten.
Nadien sloeg hij nog een revolte van de Thebanen neer.
Hij brandde de stad plat en maakte van alle inwoners slaven
en krijgsgevangenen. Hun aantal wordt op 30.000 geraamd.
Alexander bevrijdde vervolgens de loniërs van de Perzische
heerschappij en viel vervolgens Syrië en Fenicië binnen.
Nadien volgde Egypte, waar hij zich zelfs tot farao liet
uitroepen en waar hij in 332 voor onze jaartelling 'de
eerste steen' legde van de havenstad en huidige Egyptische
metropool Alexandria. Ook Cyrenia, de Grieks-Romeinse stad
die nu nog langs de Libische kusten te bewonderen valt, gaf
zich over, zodat Alexanders rijk in Afrika reikte tot
Carthago - het huidige Tunis.
In 333 voor onze jaartelling overwon hij de Pers Darius bij
Issus. Darius was na de Slag om Issus van zijn troepen
afgesneden en vluchtte, zijn moeder, echtgenote en kinderen
achterlatend. Alexander behandelde die echter met respect,
gezien hun koninklijke rang.
 |
 |